De vriendelijke stad

vriendelijkestad.jpg

Ik stond te wachten voor de balie van de huisarts, toen het gesprekje van de mevrouw voor mij met de huisartsassistente mijn aandacht trok:

Assistente: ‘Je hebt helemaal geen afspraak hoor. De dokter is nu in gesprek. Wat is je geboortedatum dan? Ja, zie je wel, er staat ‘niet komen opdagen’. Je had een afspraak om tien over half negen, en nu is het al tien over half 10. Je bent een uur te laat.’

Mevrouw: ‘O, dan heb ik dat niet goed begrepen…’

Assistente: ‘Nee, inderdaad. Ik zou maar een nieuwe afspraak maken. Het zou vandaag nog kunnen om half 2. Of het nu kan? Nee, natuurlijk niet. De huisarts heeft nu andere patiënten. Nou, wat wil je. Half 2 of half 3?’

De toon en de mimiek van de secretaresse bevielen me helemaal niet. De irritatie, de felheid, het snauwen… Nee, ik voelde medelijden met de patiënt die steeds meer ineen leek te schrompelen. Waar had zij deze behandeling aan verdiend?

Ik ben niet als grotestadsmens geboren. Ik kom uit de provincie. Overijssel, Friesland, Gelderland, daar heb ik het grootste deel van mijn leven gewoond. Inmiddels woon ik vijf jaar in Rotterdam. Ik ben aardig gewend en geniet van het wonen en werken hier. Maar aan sommige dingen kan ik en wil ik niet wennen. Dit laatste besefte ik weer, daar bij de huisarts.

De cultuur in de stad is harder dan die erbuiten, daar kom ik steeds meer achter. De omgangsvormen tussen mensen zijn koeler en afstandelijker. Dat heeft volgens mij te maken met de hoeveelheid mensen die op een kleine oppervlakte leven. Je komt constant mensen tegen en hebt automatisch de neiging je persoonlijke ruimte wat af te schermen. Dat heb je nodig als mens. Iemand zei ooit tegen me: ‘Ik vind het fijne aan de stad dat je wat anoniem kunt zijn.’ Dat kan inderdaad, maar het is eigenlijk ook wel vreemd met zoveel mensen dichtbij en om je heen. Hoe dan ook, als je meer anoniem wilt blijven, kun je beter mensen ook maar een beetje op een afstandje houden.

De harde cultuur heeft ook te maken met de enorme verschillen tussen mensen in de stad, met name in cultuur en subcultuur. Stadsmensen houden ervan hun (sub)cultuur ook duidelijk uit te dragen waardoor de contrasten tussen mensen nog duidelijker uitkomen. Dit zorgt voor veelkleurigheid, maar ook voor elkaar-in-de-weg-zitten en onbegrip. Dit is zichtbaar in het verkeer waar grote witte Mercedessen met piepjonge bestuurders keihard optrekken tussen yuppen op racefietsen op weg naar hun werk, ouders met kinderen in de bakfiets en pizzakoeriers. Dat leidt tot getoeter, wegwerpgebaren en geschreeuw: ‘Je fietst aan de verkeerde kant van de weg!’ Maar de spanning is ook geregeld merkbaar aan de kassa of in het park. Mijn vermoeden is dat deze irritaties hand over hand toenemen, naarmate de stad voller en diverser wordt. We hebben minder incasseringsvermogen voor andersmans eigen-aardigheden of fouten.

Zo is het niet altijd geweest, zo verzekerde een straatgenote me vandaag. Vroeger groette men elkaar in het Oude Noorden en waren de mensen vriendelijker onderling. En ik pleit ervoor dat we die draad weer oppakken.

Ik droom van een vriendelijke stad. Een stad waar mensen oog voor elkaar hebben, waar zij  elkaar vriendelijk toeknikken bij het passeren, waar mensen elkaar voor laten bij de kassa, waar zij niet direct de politie bellen wanneer de buren een feestje hebben, waar ze met plezier het pakketje voor de buren aannemen wanneer deze niet thuis zijn en waar een wildvreemde jongeman met gevaar voor eigen leven over de Bergweg achter de weggewaaide ballon van mijn dochter aanrent. Dan kunnen we het goed hebben met elkaar.

Be always kinder than you feel. Dat is een spreuk die mij helpt, als ik moe ben en iemand vergeet te bedanken als ik haar een plastic tasje aangeef bij de kassa. Want een vriendelijke stad begint bij mijzelf.

It goudene ûleboerd

buorkerij-1It goudene ûleboerd van schrijfster G. Spaanderman-Wielinga werd in de pers ‘in bjusterbaarlik boek’ genoemd en het maakt die faam waar. Het beschrijft de tijd van herenboeren en lijfknechten in Fryslân, van grote rijkdom en schrijnende armoede, van geloof en bijgeloof, van wetenschap en volksgebruiken.

Roel Eise Timminga is de rijkste boer van Sumar (Nederlands: Suameer; in de buurt van Bergum) en omstreken. Zijn boerderij heet dan ook toepasselijk It goudene ûleboerd ­– het gouden uilebord (d.i. het driehoekig sluitstuk aan de nok van het dak, aldus mijn Frysk wurdboek). Timminga is een trots man. Wanneer de familie Solckama weigert haar naburige bouwvallige state aan hem te verkopen, kan hij dit nauwelijks verkroppen. Als dan ook nog ‘vrij man’ Jimke zijn kleine hut en erf niet aan hem wil overdoen, wordt hij woedend en bedreigt hem met de dood. Het bijbelse verhaal van koning Achab, die de wijngaard van Naboth begeert en met geweld neemt (1 Koningen 21) komt onwillekeurig boven. Gedurende het boek zie je Timminga afglijden tot een despoot, die zowel binnens- als buitenshuis met ijzeren vuist regeert. Hij verhardt zijn hart, zoals Farao ten tijde van Mozes.

In het verhaal doemt regelmatig de duivel op. Jimke werd geboren met ‘de helm op’, oftewel met een vlies om zijn hoofd. Volgens het volksgeloof wees dit op bovennatuurlijke begaafdheid en de mensen noemden hem dan ook ‘duvelbanner’, toverdokter. Hij blijkt inderdaad contact te hebben met Koarthakke, een Friese naam voor de duivel, en bepaalde geneeskrachtige gaven te bezitten. Tijdens een aanvaring met Timminga spreekt hij een vloek uit over diens familie, die vervolgens als het zwaard van Damocles boven de boerderij hangt. Timminga zelf heeft overigens ook een bepaalde relatie met Koarthakke, met wie hij ’s nachts drinkt en dobbelt. Deze lijkt te zijn ontstaan nadat hij twee vissers vermoordde en diens lichamen spoorloos liet verdwijnen. Zo zijn de natuurlijke en de bovennatuurlijke wereld in het boek nauw verbonden. Daden hebben consequenties in de zichtbare maar ook in de onzichtbare wereld. Timminga lijkt steeds meer in de ban van de duivel te komen, totdat hij niet meer aan diens greep kan ontsnappen.

Het (christelijk) geloof speelt ook een rol in het boek. Roel Eise Timminga moet er niets van hebben. Hij verbiedt zijn diepgelovige vrouw met de prachtige naam Saapck naar de kerk te gaan en de bijbel te lezen. Saapck wordt diep ongelukkig en sterft in eenzaamheid. Timminga kan echter niet verhoeden dat het geloof postvat in zijn familie. Gelovigen komen er overigens niet altijd zo positief vanaf. Saapck bezoekt één keer de jûnpraterije, een soort conventikel of huissamenkomst. Deze lijkt vooral te draaien om achterklap en eten.

Het boek van mevrouw Spaanderman-Wielinga grijpt je naar de keel. Zou ook ik zo overtuigd kunnen raken van mijn eigen gelijk dat ik bereid ben om over lijken te gaan, inclusief die van mijn eigen familie? Dat er op een bepaald moment geen weg terug meer is? En wat heeft de duivel daarmee te maken? Bestaat die duivel eigenlijk wel? Na het lezen van dit boek kun je er nauwelijks nog onderuit om deze laatste vraag bevestigend te beantwoorden. En daarmee is het doel van de schrijfster bereikt met dit verhaal, dat ze eens van haar grootvader hoorde:

Foarhinne prate men faaks (misschien) tefolle oer Koarthakke, yn ús tiid wurdt der te min rekken hâlden mei syn bestean. Foar Satan is gjin plak mear, mient men. Dizze skiednis, en dy fan Saapck benammen (in het bijzonder), leart ús, dat wy earder belies foar him jouwe (het eerder van hem verliezen) as wysels tinke.

Naar aanleiding van: G. Spaanderman-Wielinga, It goudene ûleboerd, Drachten/Ljouwert: Osinga 1986 (19561).

 

Welkom

pexels-photo.jpgVan harte welkom op mijn nieuwe blog.

De afgelopen jaren ontdekte ik dat ik schrijven leuk vind. Al schrijvende verwerk ik gebeurtenissen en gedachten uit het dagelijks leven. Aan het begin van een nieuw seizoen leek een eigen blog mij een mooie uitdaging.

Deze blog is een nieuw avontuur. Ik weet niet precies welke onderwerpen aan bod zullen komen. Deze zullen in ieder geval raken aan mijn ervaringen en interesses: mijn werk in kerk en buurt, vaderschap, vermoeidheid, boeken, theologie, tuinieren, geloof, Rotterdam en noem maar op. Ik ben benieuwd!

Leuk als je meeleest. En ik ben benieuwd naar je reacties.