Ik wil gewoon je vriend zijn

bell-94021_1920Het schemert al en het regent wanneer ik aanbel bij Ron. Het duurt niet lang voordat er een raam opengaat aan de zijkant van het huis, achter een hoog ijzeren hek. Ron steekt zijn grijzende hoofd naar buiten: ‘Wie is daar?’ Er ontspint zich een interessant gesprekje.

Ik: Ron! Ik ben het, Sibbele, je weet wel. Je hebt me laatst een keer geholpen.’

Ron: Wat kom je doen?

Ik: Ik kom vragen hoe het met je gaat.

Ron: Hoe het met me gaat? Hoe het met mij gaat? Waar ben je van?

Ik: Euh, ik ben nergens van. Ik woon hier gewoon in de wijk.

Ron: OK. Wacht even, ik kom even bij de deur.

Ron heeft de gewoonte zijn voordeur te barricaderen. De houten pallets moeten eerst aan de kant worden gezet, dus het duurt even voordat de deur opengaat. Maar daar is Ron dan, een potige man van midden zestig.

Ron: Hoi.

Ik: Ken je me nog? Toen je buurman laatst niet thuis was, heb je mij naar zijn andere adres toegebracht.

Er breekt een glimlach bij Ron door: O ja, dat is ook zo. Ja, nu weet ik het weer. Wat kom je doen?

Ik: Ik woon in de buurt en ben dominee, dus eigenlijk ben ik van de kerk. Ik kom vragen hoe het met je gaat.

Ron: Hoe het me gaat? Met mij gaat het goed.

Ik: Dat is mooi. Ben je goed gezond?

Ron: Ja, hoor. Jij toch ook?

Ik: Ja, ik ook.

Ron: En wat is nu het vervolg?

Ik: Er is geen vervolg. Ik vind het gewoon leuk om even met je te praten.

Ron: O… Nou, bedankt voor je euh, hoe zeg je dat?

Ik: Voor de belangstelling?

Ron: Ja, voor je belangstelling. Dank je wel.

Ik: Graag gedaan. Misschien tot een volgende keer.

Ron: Ja, is goed. Daag.

Glimlachend en hoofdschuddend loop ik door. Eén vraag van Ron blijft bij me hangen: ‘Waar ben je van?’ Blijkbaar krijgt Ron regelmatig bezoek van instanties die van alles van hem willen. Geen wonder dat hij bezoekers niet allerhartelijkst ontvangt. Geen wonder ook dat hij enigszins verbaasd is als iemand alleen maar even een praatje komt maken.

Het bepaalt me erbij hoe waardevol dat eigenlijk is: even een vriendelijk praatje maken met iemand, zonder allemaal bijbedoelingen en agenda’s. Hoe heilzaam is het als een ander jou niet als een probleem ziet, maar gewoon als ‘jij’. En het mooie is: voor een praatje heb je geen opleiding nodig. Iedereen kan het doen.

Het kerstfeest vertelt ons dat God iets bijzonders heeft met mensen die niet in tel zijn, mensen die niet zo in de belangstelling staan. Het kindje Jezus kwam juist voor hen. De herders op het veld kwamen als eersten hem aanbidden. Jezus’ moeder Maria zingt: Nederigen heeft Hij verhoogd (Lucas 1:52). Zegt dat ook niet iets over de roeping van Jezus’ volgelingen, van de kerk? Wees deze kerst een vriend voor iemand. Dan wordt het een geweldig feest.