In memoriam: Ben

Een korte, droeve stoet liep achter de kist aan. Het was een begrafenis door de gemeente Rotterdam, zo hadden we ons laten vertellen. Zonder een kerkdienst of een bijeenkomst in een aula, zonder mooie muziek en geladen toespraken, zonder koffie en cake. Alleen de kist en wij, rechtstreeks op weg naar het gat in de grond. Het was de begrafenis van Ben.

Ben had letterlijk kind noch kraai. Er was dan ook geen familie aanwezig, en eigenlijk ook geen vrienden. Of toch wel? Want er waren er wel wat mensen. Zij vormden een bont gezelschap. Er was een kaasboer van de Zeeuwse eilanden. Bij hem kocht Ben altijd zijn kaas en nootjes, ook al moest hij er ver voor fietsen. Er was de eigenaar van een vloerenwinkel. Ben had hem een jaar geleden gevraagd om zijn financiële zaken te behartigen. Hij had het sindsdien altijd trots over zijn ‘zaakwaarnemer’. Bens maatje was er natuurlijk. Ben was de laatste jaren erg eenzaam geweest en had gesnakt naar wat gezelschap. En dan was er nog een groepje mensen van het verzorgingstehuis in Rotterdam-Noord. Bewoners voor wie Ben jarenlang Sinterklaas- en kerstvieringen had georganiseerd. Voor wie hij wekelijks vanuit Spijkenisse was gekomen om met hen te knutselen aan de wonderlijkste projecten. Zoals een 3D-schilderij van Anton Pieck. Een tienmeterhoge afbeelding van Farao Toetanchamon, gemaakt van tienduizenden stukjes papier. En zijn laatste project: een maquette van het sprookjesachtige kasteel Schwannstein in Zuid-Duitsland. Ben was een kunstenaar die tot aanschijn bracht wat niemand voor mogelijk hield. Tot slot waren er nog vrijwilligers met wie hij jarenlang had samengewerkt aan die activiteiten: een Vlaamse wijkopbouwwerker, een tuinman, iemand van de kerk. Even waren we één. Want we waren hier om Ben de laatste eer te bewijzen.

Ikzelf had Ben leren kennen in 2015, toen ik een gezellige middag wilde organiseren in het verzorgingstehuis. Ik vroeg de vrijwilligers wat voor activiteiten de bewoners zouden aanspreken. En toen was daar direct Ben, vol met ideeën: ‘We kunnen wel een karaoke doen. En Oudhollandse spelletjes huren. En natuurlijk lekker eten regelen. Zorg wel dat je consumptiebonnen hebt, want anders eten ze alles op! En op de tafels moet je geen tafelkleedjes leggen. Die zijn veel te duur en worden vies. Nee, koop gewoon rollen kadopapier en plak dat vast op de tafels. Dat kun je aan het einde van de middag gewoon weer weggooien. Ik zal wel zorgen voor uitnodigingen. Dan ga ik langs de deuren en plak ik de briefjes aan de deurknoppen. Want veel mensen doen de deur niet open als je aanbelt. Maar op deze manier kunnen ze de uitnodiging niet missen!’ Ben kon overigens zelf niet aanwezig zijn op de betreffende dag. Want hij zou dat Hemelvaartsweekend met een drietal bewoners naar Disneyland Parijs, waar hij drie jaar lang had gewerkt als decormaker. Het was typerend voor Ben. Hij cijferde zich weg voor anderen, maar had zelf bijna niemand.

Ben zei altijd: ‘Ook al ben je oud, ook al ben je ziek, ga niet achter de geraniums zitten. Blijf in beweging. Je kunt veel meer dan je denkt!’ De laatste jaren was Ben zelf hier het levende voorbeeld van. In 2016 vertelde hij in tranen dat hij ongeneeslijk ziek was. Hij zou het Toetanchamon-project nog afmaken en dan afscheid nemen van het seniorencomplex. Hij nam ook afscheid, maar kwam toch weer terug. Hij kon het huis, hij kon de mensen niet loslaten. Tot op het laatst bleef hij meedenken op de achtergrond. En als het enigszins kon was hij de dinsdagmiddagen toch weer van de partij om leiding te geven aan dat handjevol mensen dat ijverig knipte, vouwde en plakte.

En nu liep een handjevol mensen dus over begraafplaats Crooswijk om Ben naar zijn laatste rustplaats te brengen. Met zijn lichaam zou ook alles wat hij had gemaakt, alles wat hij voor anderen had gedaan, al zijn liefde voor de zwakken weg zijn. Het voelde zo tegennatuurlijk. Het klopte ook niet met het decor van majestueuze bomen, het aan kracht winnende lentezonnetje en het fluiten van de vogels. Was dit nu het einde van deze prachtige mens? Hijzelf was niet bang geweest om te sterven, zo had hij mij verteld. Hij geloofde dat Iemand hem aan de andere kant van de dood zou ontvangen. Van de kerk moest hij niets meer hebben, daar had hij te erge dingen meegemaakt. Maar hij geloofde in het kind van Bethlehem, dat vrede had gebracht op aarde. In een gedicht tijdens de laatste kerstviering had hij er geen doekjes om gewonden.

cemetery-3184960_1920

Tijdens deze droeve optocht riep alles dat dit niet het einde kón zijn. Dat het de weken voor Pasen waren, versterkte dit gevoel alleen nog maar. De dood heeft niet het laatste woord meer. Die is overwonnen.