Bang voor God

‘Moslims, christenen, andere gelovigen, ze zijn allemaal hetzelfde. Ze bedelen allemaal voor de kerk en de moskee. Ik betaal 50 euro per jaar voor de moskee in de wijk. Voor gas en electra en om de imam mee te betalen. Moslims geven royaal hoor! Vooral tijdens de ramadan. Tijdens de afgelopen ramadan had de moskee twee ton opgehaald! Je hebt van die domme oude dametjes. Die denken dat ze naar het paradijs gaan als ze veel geven. Dan geven ze bijvoorbeeld hun gouden armband weg. O, wat dom. Maar ik vind het prima dat ze dom blijven. Ze zijn bang voor Allah en daarom geven ze royaal. Vooral zo houden. Weet je, alle gelovigen zijn bang voor God, van welk geloof dan ook. Ja, eigenlijk kun je beter niet geloven, dan ben je vrij. Maar wat je dan krijgt is dat mensen gaan stelen en moorden. Want ja, er is toch niemand die je ter verantwoording roept. Nee, het is toch goed dat mensen geloven en bang zijn. Dan gaan ze in ieder geval geen slechte dingen doen. Want ze weten: straks is Allah daar en die zal je straffen.’

apocalypse-2273069_1280

Ja, de Marokkaanse slager zit aardig op de praatstoel, terwijl hij bezig is het rundvlees-zonder-bot voor mij te snijden. Dat rundvlees is bedoeld voor een maaltijd ’s avonds in de kerk en zo komt het gesprek op geloof. Of eigenlijk is het meer een monoloog van hem, want ik krijg er geen speld tussen. Letterlijk niet, maar eigenlijk figuurlijk ook niet, al voel ik me helemaal niet happy bij zijn cynische redeneertrant. Want bang zijn voor God, dat wil ik juist helemaal niet. Ik geloof dat God liefde is, en een Vader, en ik wil een vader-kind-relatie met hem. Daarin past geen angst. Daarin past vertrouwen. Maar als ik eerlijk ben, herken ik wel veel van die angst. Ook in mijn hoofd spelen vaak die vragen: Wat zal God hiervan vinden? Is Hij nu boos van mij? Deze vragen zijn onbewuste drijfveren die mijn gedrag sturen en mij onrustig maken. Mijn godsbeeld is gewoon best streng. Misschien door mijn opvoeding. Of misschien heb ik er aanleg voor. Als ik eerlijk ben, verschilt mijn geloof soms bar weinig van die van de slager.

Maar nogmaals: ik geloof niet in de God van de notitieboekjes, de God die de hele dag mijn fouten (en goede dingen) zit te turven en na mijn dood met mij zal afrekenen. Ik geloof in de God van Jezus, die genadig is en goed, en die met vriendelijke ogen op mij neerkijkt. Ik wil het goede doen. Maar niet uit angst voor Hem, maar uit liefde voor Hem. Dat lost mijn strenge godsbeeld niet ineens op, daar zal ik wel mee blijven worstelen, maar ik zal mij ertegen blijven verzetten. Dit gesprekje in de slagerij geeft mij weer een impuls om op zoek te gaan naar wie God echt is.